sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Machineveiligheid

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen hebt u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Machineveiligheid kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Machineveiligheid

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Begrippen

A

Afdoende risicoreductie

Risicoreductie die ten minste in overeenstemming is met de wettelijke eisen waarbij de stand van de techniek in beschouwing wordt genomen.

 

Afscherming

Fysieke barrière, ontworpen als deel van de machine, om te voorzien in bescherming. Een afscherming kan functioneren:

  • zelfstandig: de afscherming is dan alleen effectief indien die is ‘gesloten’ bij een beweegbare afscherming of ‘vast op zijn plaats gehouden’ bij een vaste afscherming;
  • in verbinding met een blokkeervoorziening met of zonder afschermingsvergrendeling: in dit geval is bescherming gewaarborgd ongeacht de positie van de afscherming.

 

Afhankelijk van het ontwerp kan een afscherming bijvoorbeeld ‘behuizing’, ‘schild’, ‘deksel’, ‘scherm’, ‘deur’ of ‘omheining’ worden genoemd.

 

B

Blootgestelde persoon

Een ieder die zich geheel of gedeeltelijk in een gevarenzone bevindt.

 

Opmerking: de wetgever noemt in de Richtlijn arbeidsmiddelen alleen de blootgestelde werknemer. Echter ook anderen (bijvoorbeeld voorbijgangers) kunnen aan gevaren worden blootgesteld.

 

Beschermende maatregel

Een maatregel die moet leiden tot risicoreductie, genomen:

  • door de ontwerper (inherent veilig ontwerp, beveiliging en aanvullende beschermende maatregelen, informatie voor het gebruik) en
  • door de gebruiker (organisatie: veilige arbeidsmethoden, toezicht, systemen voor werkvergunningen; beschikbaarstellen en gebruiken van aanvullende beveiligingsvoorzieningen; gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen; opleiding).

 

Beveiliging

Beschermende maatregel met gebruikmaking van beveiligingsvoorzieningen om personen te beveiligen tegen gevaren die redelijkerwijs niet kunnen worden weggenomen of tegen risico’s die niet voldoende kunnen worden verminderd door inherent veilige ontwerpmaatregelen.

 

Bediener

De werknemer die tot taak heeft een arbeidsmiddel te gebruiken.

 

Beoogd gebruik

Gebruik van een machine overeenkomstig de informatie in de gebruiksaanwijzing.

 

E

Elektrische installatie

Arbobesluit artikel 3.1: De elektrische installatie in een gebouw bestaat uit elektrisch materieel, leidingen en bijbehoren van leidingen. Waarbij onder elektrisch materieel de delen of gedeelten die dienen voor de opwekking, het transport en de toepassing* van elektrische energie moet worden verstaan.

F

Fabrikant

Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een onder deze richtlijn vallende machine of niet voltooide machine ontwerpt en/of produceert, en die verantwoordelijk is voor de overeenstemming van deze machine of niet voltooide machine met deze richtlijn teneinde haar onder zijn eigen naam of merk of voor eigen gebruik in de handel te brengen of voor eigen gebruik. Bij gebreke van een fabrikant die aan deze definitie voldoet, wordt elke natuurlijke of rechtspersoon die een onder deze richtlijn vallende machine of niet voltooide machine in de handel brengt of in bedrijf stelt, als fabrikant beschouwd

G

Gevarenzone

Elke zone in en/of rondom een arbeidsmiddel waar de aanwezigheid van een blootgestelde werknemer een gevaar voor diens veiligheid of gezondheid oplevert.

 

Opmerking: met gevarenzone wordt met name die zone bedoeld waar het acute gevaar zich kan manifesteren: waar een persoon letsel kan oplopen. Bijvoorbeeld bij een hydraulische pers is één van de gevarenzones direct onder het persvlak, daar waar de daadwerkelijk beknelling van lichaamsdelen kan plaatsvinden.

 

Gevaar

Een mogelijke bron van lichamelijk letsel of aantasting van de gezondheid. Het woord ‘gevaar’ wordt meestal in combinatie met een kenmerkende typering van het gevaar gebruikt, bijvoorbeeld gevaar voor bekneld raken.

 

Opmerking: bij gevaren is het voor een betere begripsvorming handig onderscheid te maken tussen latente gevaren en acute gevaren. (Vergelijk de analoge Engelse terminologie: resp. ‘hazard’ en ‘danger’. Bedenk dat een arbeidsmiddel geen ‘danger’ mag vertonen. Daarentegen zijn ‘hazards’ onvermijdbaar verbonden aan het functionele ontwerp. Echter: het risico van deze ‘hazards’ dient zo laag te zijn als enigszins mogelijk is.)

 

Gevaarlijke situatie

Iedere situatie waarin een persoon aan ten minste één gevaar is blootgesteld. Blootstelling kan onmiddellijk of na verloop van tijd resulteren in lichamelijk letsel of aantasting van de gezondheid.

 

Gevaarlijke gebeurtenis

Gebeurtenis die lichamelijk letsel of aantasting van de gezondheid kan veroorzaken. Een gevaarlijke gebeurtenis kan gedurende korte of lange tijd plaatsvinden.

 

Gebruik van arbeidsmiddelen

Elke activiteit met betrekking tot een arbeidsmiddel zoals ingebruikneming of buitengebruikstelling, aanwending, vervoer, reparatie, ombouwing, onderhoud, verzorging, waaronder met name ook reiniging.

 

Gemachtigde

Elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem alle of een deel van de in deze richtlijn bedoelde verplichtingen en formaliteiten te vervullen.

Geharmoniseerde norm

Niet-bindende technische specificatie die op grond van een door de Commissie volgens de procedures van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften(1) verstrekte opdracht is vastgesteld door een normalisatie-instelling, namelijk de Europese Commissie voor Normalisatie (CEN), het Europees Comité voor Elektro- technische Normalisatie (CENELEC) of het Europees Instituut voor Telecommunicatienormen (ETSI).

H

Hijs- of hefgereedschap

Niet vast met de hijs- of hefmachine verbonden onderdeel of uitrustingsstuk voor het hijsen of heffen van een last, dat tussen de machine en de last, of op de last zelf, wordt aangebracht dan wel bestemd is om een integrerend deel van de last uit te maken, en dat afzonderlijk in de handel wordt gebracht. Stroppen en hun onderdelen worden eveneens als hijs- of hefgereedschappen beschouwd.

I

Inherente veilige ontwerpmaatregel

Beschermende maatregel die hetzij gevaren wegneemt, hetzij de risico’s verkleint die aan gevaren zijn verbonden. Dit gebeurt door wijziging van het ontwerp of de operationele kenmerken van de machine zonder gebruikmaking van afschermingen of beschermende voorzieningen.

 

In de handel brengen

Het voor het eerst tegen vergoeding of gratis in de Gemeenschap ter beschikking stellen van een machine of niet voltooide machine met het oog op de distributie of het gebruik ervan.

Inbedrijfstelling

Eerste gebruik in de Gemeenschap van een onder deze richtlijn vallende machine overeenkomstig het gebruiksdoel.

K

Kettingen, kabels en banden

Kettingen, kabels en banden die zijn ontworpen en geproduceerd voor hijs- en hefdoel- einden als onderdeel van hijs- of hefmachines of van hijs- of hefgereedschap.

M

Machine

Machinerichtlijn artikel 2: Een machine bestaat uit een samenstel van onderling verbonden onderdelen of organen waarvan er tenminste één kan bewegen, alsmede, in een voorkomend geval, van aandrijfmechanismen, bedienings- en vermogensschakelingen enzovoort die in hun samenhang bestemd zijn voor een bepaalde toepassing, met name voor de verwerking, de bewerking, de verplaatsing en de verpakking van een materiaal.
Dan wel een samenstel van machines die, ten einde tot een zelfde resultaat bij te dragen, zodanig zijn opgesteld en worden bediend dat zij in samenhang functioneren.

N

Niet voltooide machine

Een samenstel dat bijna een machine vormt maar dat niet zelfstandig een bepaalde toepassing kan realiseren. Een aandrijfsysteem is een niet voltooide machine. Een niet voltooide machine is slechts bedoeld om te worden ingebouwd in of te worden samengebouwd met een of meer andere machines of andere niet voltooide machine(s) of uitrusting, tot een machine waarop deze richtlijn van toepassing is

R

Risico

Het risico betreft het gezondheidsrisico. De definitie luidt: ‘een combinatie van de waarschijnlijkheid en de ernst van mogelijk letsel in een gevaarlijke situatie’. Volgens de Machinerichtlijn (2006/42/EG): combinatie van de waarschijnlijkheid en de ernst van een letsel of aantasting van de gezondheid die zich kan voordoen in een gevaarlijke situatie.

 

Eenvoudig gezegd: risico = kans * effect.

 

Redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik

Gebruik van een machine op een manier die niet in de gebruiksaanwijzing staat maar het resultaat kan zijn van gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag.

 

V

Veiligheidsafstand

De minimumafstand tussen de beschermende constructie en de gevarenzone. De beschermende constructie is in feite een fysieke barrière die de bewegingsvrijheid van het lichaamsdeel of lichaamsdelen beperkt.

 

Veiligheidsvoorziening (beveiligingsinrichting)

Inrichting (anders dan een afscherming) die, alleen of in combinatie met een afscherming, een risico vermindert.

 

Verwisselbaar uitrustingsstuk

Een inrichting die na inbedrijfstelling van een machine of trekker door de bediener zelf hieraan wordt gekoppeld om deze een andere of bijkomende functie te geven, voorzover dit uitrustingsstuk geen gereedschap is.

Veiligheidscomponent

Een component:
  • die een veiligheidsfunctie vervult;
  • die afzonderlijk in de handel wordt gebracht;
  • waarvan het niet en/of verkeerd functioneren de veiligheid van personen in gevaar brengt, en
  • die niet nodig is voor de werking van de machine of die door gewone componenten kan worden vervangen om de machine te doen werken.

Verwijderbare mechanische overbrengingsinrichting

Verwijderbaar onderdeel dat is bestemd voor krachtoverbrenging van een aandrijfmachine of trekker naar de eerste vaste aslager van de aangedreven machine. Wanneer de inrichting mét de afscherming in de handel wordt gebracht, moet het als één product worden beschouwd.