sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Machineveiligheid

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen hebt u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Machineveiligheid kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Machineveiligheid

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Scheiders

Om een beter begrip te krijgen in het juiste gebruik van scheiders is het allereerst van belang om het onderscheid te maken tussen een scheider en een schakelaar.

Wanneer we het hebben over een schakelaar dan betreft dit een toestel voor het openen en sluiten van een stroomketen. Dit houdt dus in dat een stroom wel of niet wordt onderbroken en daarmee elektrisch materieel in of buiten werking wordt gesteld.

Een scheider daarentegen is bestemd om in open toestand een veilige scheiding tussen delen van een stroomketen tot stand te brengen. Hiermee wordt dus de voeding van de installatie of een gedeelte daarvan ontkoppeld van de elektrische voedingsbron.

Kortweg: een scheider zorgt voor het spanningsloos maken van het achterliggende deel en een schakelaar zorgt voor het stroomloos maken. De totale machine moet zijn voorzien van een scheider. Dit om spanningsloos te kunnen werken aan de elektrische uitrusting van de machine. In plaats van een scheider komt ook het gebruik van een lastscheider voor. Hiermee kan zowel worden geschakeld als gescheiden.

 

Machines kunnen op meerdere manieren worden aangesloten op de vaste elektrische installatie. Deze zijn voor wat betreft machines vastgelegd in de norm NEN-EN-IEC 60204-1 ‘Elektrische uitrusting van machines’.

Eén van de manieren is het aansluiten door middel van een stopcontact via een buigzame geleider. In de praktijk kan hiervoor bij kleinere machines een stekkerverbinding worden gebruikt.

Omdat vanaf dit punt de overgang plaatsvindt naar de vaste elektrische installatie (zie hiervoor ook ‘Samenhang van normen’) gelden hier de eisen met betrekking tot de vaste elektrische installatie, verwoord in de NEN 1010 ‘Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties’.

 

In de 4e druk van de NEN 1010, uitgegeven in 1988, was de grens voor het aansluiten met een stopcontact 16A en 3kW. Dit is met de komst van de 5e druk in 1996 vervallen en geldt nog steeds in de huidige NEN 1010. Ook 32A en groter mogen worden toegepast. Eis is dan wel dat de stekkerverbinding alleen kan worden verwijderd als deze stroomloos is, bijvoorbeeld met speciale wandcontactdozen met schakelaars waarbij alleen de stekker in de uitstand kan worden verwijderd . Na het verwijderen van de stekker uit de wandcontactdoos is de afstand groot genoeg om een veilige scheiding te garanderen, mits hier voortdurend zicht op mogelijk is. Anders dienen er andere maatregelen te worden getroffen.

 

Bij het aansluiten van grotere machines met bijvoorbeeld een eigen verdeelinrichting of besturingskast dient er in de verdeelinrichting of besturingskast een scheider te zitten. Deze scheider en achterliggende installatie moet voldoen aan de NEN-EN-IEC 60204-1 ‘Elektrische uitrusting van machines’. De voedingsleiding naar de verdeelinrichting of besturingskast moet voldoen aan de NEN 1010.

 

Driefasen-CEE 16 A-stekker met vergrendeling

Driefasen-CEE 16 A-stekker met vergrendeling.

Scheidingsfunctie realiseren

Voor grotere machines dient bij voorkeur een scheider te worden toegepast. In Nederland, maar ook in Duitsland, spreken we meestal van een hoofdschakelaar. Feitelijk hebben we het dan over een schakelaar en scheider in één. In de praktijk wordt dit ook wel een lastscheider genoemd. De NEN-EN-IEC 60204-1 kent een aantal mogelijkheden om de scheidingsfunctie te realiseren.

Toegelaten scheiders (in functie van hoofdschakelaar)

Toegelaten scheiders (in functie van hoofdschakelaar).

 

Mogelijkheid a) spreekt voor zich. Bij mogelijkheid b) is enige toelichting nodig. Het voorijlende hulpcontact moet ervoor zorgen dat eerst de stroom via bijvoorbeeld contactors wordt uitgeschakeld zodat er min of meer stroomloos kan worden gescheiden. Mogelijkheid c) kan praktisch gerealiseerd zijn met een automaat, instelbare vermogensschakelaar en/of een aardlekschakelaar. Wel moet deze voor scheiden geschikt zijn. Dit betekent in veel gevallen dat ook de nul (indien aanwezig) mee moet worden geschakeld. Zie verder de betreffende IEC-norm. Mogelijkheid d) is een stekkerverbinding, die kan worden gebruikt bij kleine machine. Na het verwijderen van de stekker uit de wandcontactdoos is de afstand groot genoeg om een veilige scheiding te garanderen, mits hier voortdurend zicht op mogelijk is. Anders dienen er andere maatregelen getroffen te worden. reeds besproken. Mogelijkheid e) komt niet vaak voor.

 

Meer dan één scheider

Soms is meer dan één scheider noodzakelijk. Dit is het geval wanneer er sprake is van meerdere binnenkomende voedingen. Dan zijn net als bij de NEN 1010 meerdere scheiders noodzakelijk. Hierbij kan het noodzakelijk zijn deze onderling te vergrendelen om gevaarlijke situaties te voorkomenn.

Mechanische en niet-elektrische aspecten van scheiders

Als er sprake is van een scheider met duidelijke schakelstanden zoals in de eerste drie mogelijkheden van onderstaandde afbeelding, dan moet er sprake zijn van één in- en uitstand. In de praktijk betekent dit dat hiervoor geen schakelaar met meer dan twee standen gebruikt mag worden. Een scheider in de functie van hoofdschakelaar kan worden toegepast als ‘nooduit’ of ‘noodstop’. Een nooduit is een scheider tegen elektrische risico’s. Een noodstop is een schakelaar die gevaarlijke bewegingen beëindigt.

Toegelaten scheiders (in functie van hoofdschakelaar)

Toegelaten scheiders (in functie van hoofdschakelaar).

Delen die niet gescheiden hoeven

In veel machines blijft op sommige delen altijd spanning staan, ook bij een uitgeschakelde scheider. Bij onderhoud en reparatie kan dat gevaarlijke situaties opleveren. Daarom is het belangrijk dat duidelijk wordt aangegeven op welke delen spanning blijft staan, ook bij uitgeschakelde scheider c.q. hoofdschakelaar.

 

Dit kan op verschillende manieren worden aangegeven. Denk hierbij aan een opmerking in de onderhoudshandleiding, waarschuwingstekens bij de scheider c.q. hoofdschakelaar voor de rest van de machine. Andere mogelijkheden zijn een permanente waarschuwing bij de stroomketens die onder spanning blijven bij uitgeschakelde scheider en de mogelijkheid de ketens fysiek te scheiden. Het fysiek scheiden van ketens is mogelijk door het gebruik van gescheiden kabelkokers.

Stroomketens die niet hoeven te worden gescheiden

Stroomketens die niet hoeven te worden gescheiden.

Stuurstroomketens

Kleur oranje wordt gebruikt ter aanduiding van stuurstroomketens met vergrendelfunctie die gevoed worden vanuit andere machine

Kleur oranje wordt gebruikt ter aanduiding van stuurstroomketens met vergrendelfunctie die gevoed worden vanuit andere machine.

 

Een optie die alleen voor stuurstroomketens is weggelegd, is het gebruik van oranje draden. In de schakel- en verdeelinrichting mag met kleuren worden gewerkt (in plaats van labels met codering) om de functie van leidingen aan te geven. Hiervoor zijn de volgende kleuren beschikbaar:

  1. zwart: hoofdstroomketens, wisselstroom en gelijkstroom;
  2. rood: stuurstroomketens wisselstroom;
  3. blauw: stuurstroomketens gelijkstroom;
  4. oranje: stuurstroomketens voor vergrendeling met voeding AC of DC vanuit een externe bron.

 

De eerste drie spreken voor zich. In de afbeelding hieronder is schematisch weergegeven wat met de kleur oranje bedoeld wordt. Stel dat de eerste machine is uitgeschakeld via de scheider (HS). In principe zou nu veilig spanningsloos aan de besturing kunnen worden gewerkt. Echter beide machines zijn geaard. De stuurstroom van de tweede machine is bijvoorbeeld 230 VAC en geaard. Het stuurcontact van de eerste machine sluit als er een product gereed is en de tweede machine het product kan verplaatsen.

Stuurstroomketen voor onderlinge vergrendeling vanuit externe bron

Stuurstroomketen voor onderlinge vergrendeling vanuit externe bron.

 

Onafhankelijk van het feit of de eerste machine nu is uitgeschakeld of niet, er is een vreemde spanning in de eerste machine. Service in de eerste machine in de bedrading van dit contact is daardoor niet zonder risico. Vandaar de afwijkende kleur oranje in de normaal met blauw of rood uitgevoerde besturing. Let echter goed op bij oudere, niet CE-gemarkeerde machines. Deze hebben veelal geen enkele voorziening om u te waarschuwen dat delen onder spanning kunnen staan na uitschakeling van de netscheider.