sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Machineveiligheid

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen hebt u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Machineveiligheid kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Machineveiligheid

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Wijzigingen in machine die leiden tot CE-markering

Als een gebruiker van een machine (ingrijpende) wijzigingen aan zijn machine  aanbrengt, zou deze als fabrikant kunnen worden aangemerkt en op grond daarvan de machine (opnieuw) van CE-markering moeten voorzien. 

(Bron: Arbo-Informatieblad 58, Sdu Uitgevers)

 

Het opnieuw CE-markeren houdt in dat de eindverantwoordelijkheid van fabrikant door de verbouwer wordt overgenomen. Dit kan in de praktijk veel problemen opleveren aangezien de uitgangspunten van het ontwerp van de oorspronkelijke fabrikant niet bekend of niet te achterhalen is. Daarom dient het CE-markeren alleen te geschieden als de wijziging substantieel is. Meestal brengt het opnieuw CE-markeren onevenredige kosten met zich mee en levert weinig toegevoegde waarde op voor de werkelijke veiligheid van de machines. De veiligheid van dergelijke machines wordt immers eveneens gewaarborgd door de Richtlijn arbeidsmiddelen. De gedachte dat belangrijke wijzigingen aan bestaande machines het opnieuw aanbrengen van de CE-markering vereisen, is gebaseerd op de ‘Gids voor de tenuitvoerlegging van de op basis van de nieuwe aanpak en de globale aanpak tot stand gekomen richtlijnen’.

 

Ook wanneer een machine exclusief voor eigen gebruik wordt gebouwd, is de machinerichtlijn van toepassing. 

Machinerichtlijn of Richtlijn arbeidsmiddelen

In de eerder genoemde guide wordt gesteld dat een product waaraan belangrijke wijzigingen zijn aangebracht, als nieuw product kan worden beschouwd. De persoon die belangrijke wijzigingen aan het product aanbrengt, is er verantwoordelijk voor na te gaan of het product wel of niet als een nieuw product moet worden beschouwd. Er worden twee factoren gegeven op grond waarvan kan worden besloten om het product als nieuw te beschouwen:

  • indien de oorspronkelijke werking, het oorspronkelijke doel of type is gewijzigd; het ‘oorspronkelijke’ product wordt in belangrijke mate gewijzigd of herbouwd; het ‘nieuwe’ product kan voor eigen gebruik of om het in de handel te brengen bedoeld zijn;
  • indien de risicobeoordeling tot de conclusie leidt dat de aard van het gevaar of het risiconiveau is toegenomen; dit kan onder andere het geval zijn indien andere essentiële eisen van kracht zijn worden.

 

In deze guide staat dat dit per geval moet worden beoordeeld en vooral in het licht van het doel van de richtlijn en van het type producten waarop de desbetreffende richtlijn betrekking heeft.

 

Machines (in de zin van de Machinerichtlijn) die op een arbeidsplaats worden gebruikt, vallen ook onder het toepassingsgebied van de Richtlijn arbeidsmiddelen. Ook deze richtlijn biedt de lidstaten de mogelijkheid om bij onveilige situaties in te grijpen voordat een ongeval werkelijk plaatsvindt. De verantwoordelijkheden voor het voldoen aan de regelgeving liggen daarbij niet bij de fabrikant, maar bij de eigenaar van de machine of het arbeidsmiddel. De eigenaar van het arbeidsmiddel is verplicht om ervoor zorg te dragen dat het arbeidsmiddel veilig is (en blijft) voor het beoogde gebruik.

 

Het bestaan van de Richtlijn arbeidsmiddelen is voornamelijk van belang indien een al in dienst gesteld arbeidsmiddel voor eigen gebruik is of wordt gewijzigd. In dat geval is het de vraag of de wijzigingen moeten worden behandeld in de zin van de Machinerichtlijn of de Richtlijn arbeidsmiddelen. Beide richtlijnen hebben min of meer hetzelfde doel, namelijk het beschermen van de gebruiker van de machine of het arbeidsmiddel. Het voornaamste verschil zit in de manier waarop een veilige machine of een veilig arbeidsmiddel moet worden gerealiseerd en de met de wetgeving samenhangende administratieve verplichtingen. De Machinerichtlijn beoogt allereerst een inherent veilig ontwerp (ingebouwde veiligheid). Een inherent veilig ontwerp heeft te maken met keuze voor gebruikte technieken/methoden om gestelde functie(s) te bereiken, keuze voor gebruikte onderdelen en keuze voor lay-out van machinedelen. Bij een bestaande machine liggen daarom genoemde zaken voor het grootste deel vast. Veiligheid in het kader van de Richtlijn arbeidsmiddelen is in de meeste gevallen uitsluitend te realiseren door ‘toegevoegde veiligheid’. Voorbeelden hiervan zijn het aanbrengen van afschermingen en/of beveiligingen aan bestaande machines.

 

Met betrekking tot wijzigingen aan machines vermeldt de Machinerichtlijn niet of een gewijzigde machine wel of niet opnieuw moet worden onderworpen aan de conformiteitsprocedures. In de toelichtingen op de Machinerichtlijn is hierover wel het een en ander beschreven.

 

De basisregel bij wijzigingen aan bestaande machines moet toepassing van de Richtlijn arbeidsmiddelen (2009/104/EG) zijn en niet toepassing van de Machinerichtlijn. Er wordt praktisch geen onderscheid gemaakt in de mate van verandering. Zelfs bij het vervangen van een deelmachine in een bestaande lijn (samengestelde machine) is niet de Machinerichtlijn, maar de Richtlijn arbeidsmiddelen van toepassing. Echter op grond van dit gegeven zouden fabrikanten zich kunnen onttrekken aan de eisen van de Machinerichtlijn. In de toelichtingen worden echter twee uitzonderingen gemaakt die erop gericht zijn om dergelijk ‘misbruik’ te voorkomen. Een gewijzigde machine moet als ‘nieuw’ worden beschouwd wanneer:

-  de bestaande onderdelen in geen verhouding staan tot de nieuwe onderdelen.

-  een ‘opnieuw opgebouwde‘ of ‘herbouwde’ machine wordt gemaakt. Hierbij wordt de bestaande machine door degene die de revisie uitvoert niet als basis gebruikt, maar als een bron van reserveonderdelen om iets nieuws te maken.

 

Hoewel in dit hoofdstuk voornamelijk sprake is van machines gelden ook dergelijke regels voor het samenstellen en wijzigen van drukapparatuur of apparatuur met betrekking tot ATEX (94/9/EG). In de toelichting op de Machinerichtlijn wordt gesteld dat de Machinerichtlijn ook van toepassing is op machines die zijn gebaseerd op gebruikte machines die zo substantieel zijn omgevormd of omgebouwd dat zij kunnen worden beschouwd als nieuwe machines. 

Het begrip 'substantiële wijziging'

Het begrip 'substantiële wijziging' is voor meerdere uitleg vatbaar. In deze paragraaf zal nader op dit concept van de Machinerichtlijn worden ingegaan en wordt tevens aangegeven wat niet als substantiële wijziging wordt beschouwd. Voorbeelden van niet-substantiële wijzigingen zijn onder andere:

  • het vervangen van onderdelen door reserveonderdelen;
  • reparaties, NB: als de reparaties leiden tot een verhoging van bepaalde emissies kan toch sprake zijn van een substantiële wijziging;
  • het verbeteren van de beveiliging, bijvoorbeeld vervanging van een bestaand hekwerk;
  • toevoegen van veiligheidscomponenten, zoals noodstoppen, afschermingen (bijvoorbeeld geluidsisolerende omkasting), NB: het aanbrengen van bijvoorbeeld een kantelbeveiliging kan leiden tot andere krachten in een constructie waardoor toch sprake kan zijn van een substantiële wijziging.

 

Wat wel onder het concept 'substantiële wijziging' valt, is minder eenvoudig. Als uitgangspunt kan worden genomen dat elke veranderingen die afbreuk doet aan de rechtsgrond waarop de machine in de handel is gebracht of in gebruik is genomen mogelijk een substantiële wijziging kan inhouden. Vandaar dat een en ander systematisch moet worden onderzocht. Een 'erkende' systematiek is bijvoorbeeld een risicobeoordeling volgens de EN-ISO 14121-1/EN-ISO 12100. Centrale vraag is: zijn er door de veranderingen gevaren (gevaarsfenomenen) toegevoegd en/of risico’s verhoogd?

 

Hierbij zijn een aantal mogelijkheden:[*]

  1. er zijn geen nieuwe gevaren en/of risico’s zodat de machine als voldoende veilig kan worden beschouwd;
  2. er zijn weliswaar nieuwe gevaren en/of risico’s, maar de aanwezige veiligheidsmaatregelen zijn voldoende waardoor de machine als voldoende veilig is te beschouwen;
  3. er zijn nieuwe gevaren en/of risico’s, en de aanwezige veiligheidsmaatregelen zijn onvoldoende.

 

Indien de conclusie is dat punt 1 of 2 geldt, dan zal de wijziging conform stand der techniek moeten worden uitgevoerd. In dat geval hoeft de conformiteitsbeoordelingsprocedure niet opnieuw te worden doorlopen. Bijvoorbeeld als een machine wordt voorzien van een afscherming die de veiligheid vergroot, zal dit in de regel niet leiden tot een substantiële wijziging. Evenmin is sprake van een wijziging door het toevoegen van een noodstop. De verandering kan ook aanleiding zijn tot een licht verhoogd risico zonder dat sprake zal zijn van een ‘substantiële wijziging’.

 

Een objectievere manier[*] om de substantiële wijziging in kaart te brengen is door middel van de risicobeoordeling de risico’s te bepalen met behulp van de risicograaf (zie onderstaande agbeelding). De risicobeoordeling omvat alle gevaarsfenomenen, zoals genoemd in de recente EN-ISO 12100.

Risocograaf (bron ISO/TR 14121-2).

 

Zouden de risico’s in gebied 1 vallen dan is te verwachten dat de aanwezige veiligheidsmaatregelen voldoende zijn. Zodra een 2 of hoger wordt gescoord zijn de risico’s zodanig dat sprake is van een ‘substantiële wijziging’. In het stroomschema hieronder is de procedure om te bepalen of de wijziging leidt tot opnieuw CE-markeren grafisch weergegeven.

Stroomschema substantiële wijziging.

 

Zoals is opgemerkt kunnen relatief kleine wijzigingen leiden tot een hernieuwde CE-markering. Omgekeerd hoeven grote wijzigingen niet meteen te leiden tot een opnieuw CE-markeren.

Specificeren

Of het nu een tweedehandse of nieuwe machine betreft, in beide gevallen vormt een goede specificatie de basis om een machine aan te schaffen of op turnkey-basis te laten ontwerpen en/of bouwen. Deze specificatie dient door de gebruiker/werkgever te worden opgesteld en houdt in dat onder andere is vastgelegd: het beoogde gebruik, welke machines (van welke leverancier) in aanmerking kunnen komen, de gebruikte en te verwerken materialen enzovoort.
 
Tijdens het opstellen van de specificatie worden de grenzen van de machine bepaald zoals is aangegeven in de Machinerichtlijn. Raadzaam is eveneens tevoren te controleren aan welke andere wetgeving de machine of het arbeidsmiddel moet voldoen en of er geharmoniseerde normen van het arbeidsmiddel bestaan. 
 
De Machinerichtlijn eist dat de machine (het arbeidsmiddel) op de markt kan worden gezet en veilig kan worden gebruikt volgens het beoogde gebruik. De fabrikant zal hiervoor moeten zorgen, maar om dit te realiseren zal de fabrikant/ontwerper[*] moeten weten:
  • hoe de machine in de praktijk wordt gebruikt;
  • wat de incidenten of ongelukken met dit soort machines waren;
  • welke regelgeving op dit soort machines of de industrietak van toepassing is.
 
Voor de aankoop van een gebruikte machine is het raadzaam op dezelfde wijze te werk te gaan als bij de aanschaf van een nieuwe machine. Stel dus een specificatie op en overdenk de volgende punten:
  • Was de machine in gebruik voordat bepaalde regelgeving van kracht is geworden?
  • Is de gebruikershandleiding/bedieningsinstructies/onderhoudsinstructie aanwezig of is deze in een vreemde taal gesteld?
  • Is de originele bouwer van de machine te ver weg of zelfs failliet waardoor er geen service meer wordt gegeven?
 
De aankoop van een gebruikte machine kan problemen met zich meebrengen als de koper niet bewust de belangrijke wettelijke eisen controleert. Daarbij is van belang dat:
  • de machine onderzocht wordt door een expert die aangeeft welke aanpassingen noodzakelijk zijn;
  • een risicobeoordeling wordt gemaakt om te beslissen welke extra veiligheidsmaatregelen vereist zijn;
  • gekwalificeerde veiligheidscomponenten op correcte wijze op de machine worden geïnstalleerd.

 

En zoals dat geldt voor een nieuwe machine,

  • de gebruikershandleiding wordt opgesteld;
  • de bedieners worden opgeleid.
 
Aangezien dergelijke zaken extra kosten met zich meebrengen bovenop de initiële aankoop van de gebruikte machine, kan het raadzaam zijn af te zien van de aanschaf of juist een nieuwe machine te kopen of op specificatie te (laten) maken.
 
Wanneer er een tweedehandsmachine wordt aangeschaft is het raadzaam om met name op de volgende zaken te letten:
  • Is de technische staat van de machine actueel (‘stand der techniek’) en betrouwbaar?
  • Zijn bijvoorbeeld alle op de machine van toepassing zijnde veiligheidsvoorzieningen nog aanwezig en in goede staat?
  • Zijn aanwezige beveiligingen niet overbrugd?
  • Zijn alle bedieningsonderdelen nog aanwezig en in goede staat?
  • Zijn de bij de machine horende onderhoudsboeken en inspectierapporten correct bijgehouden?
  • Is het preventief onderhoud in voldoende mate (regelmatig) uitgevoerd (frequentie van onderhoud conform normen of goede gebruiken)?
  • Is er indien van toepassing, op juiste wijze correctief onderhoud uitgevoerd en is dit correctieve onderhoud geregistreerd?
  • Is het onderhoud met voldoende kennis en kunde uitgevoerd?
 
Voor zowel nieuwe als gebruikte machines geldt de regel dat deze aan de eisen van de Arbowet (onder andere Richtlijn arbeidsmiddelen) moet voldoen. In bijlage 8 zijn omwille van de omvang en het feit dat voor hijsen en heffen de nodige controles worden gedaan, alleen de eisen van bijlage II van de richtlijn (2009/104/EG) opgenomen en voorzien van commentaar. In feite kan de lijst worden gehanteerd voor een risicobeoordeling en/of nulmeting.