sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Machineveiligheid

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen hebt u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Machineveiligheid kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Machineveiligheid

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Service & Advies

Redactieleden

Ing. G.A. Jansen

Ing. G.A. (Gerdian) Jansen is HSE-consultant bij HSE-... >> Bekijk biografie

Ing. J.P. Plaisier

Ing. J.P. (Pascal) Plaisier is Consultant HSE bij HSE-Advies... >> Bekijk biografie

Ing. N.J. Kluwen

  Ing. N.J. (Nico) Kluwen is manager... >> Bekijk biografie

Prof. dr. ir. J.F.G. Cobben

  Prof. dr. ir. J.F.G. (Sjef) Cobben (1956... >> Bekijk biografie

Veelgestelde vragen

Coderen

Mijn vraag is: ik werk op een rioolwaterzuivering, en hier zijn de objecten, motoren en dergelijke buiten en binnen niet gecodeerd c.q. voorzien van een TAG-nummer. Is dit verplicht? Volgens mij wel. Maar ik kan het niet gevonden krijgen. Graag zou ik van jullie een antwoord hierover ontvangen.

In bepaling 514. 5 ‘Schema’s en tekeningen’ en bepaling 8.514.5 van de NEN 1010 is het een en ander aangegeven inzake schema’s en tekeningen. Hier is onder andere aangegeven wat op de installatietekeningen moet zijn opgenomen. Nu is er geen directe link naar de nummering van motoren en dergelijke opgenomen. Echter, er mag nimmer verwarring ontstaan over de groep in de verdeelinrichting en het apparaat, toestel, motor en dergelijke die op deze groep zijn aangesloten. Daarnaast geldt vaak de NEN-EN-IEC 60204 waar in de hoofdstukken 17 ‘Markeringen, waarschuwingstekens en referentieaanduiding’ en 18 ‘Technische documentatie’ het een en ander is opgenomen. Echter, men moet vaak op algemene bepalingen terugvallen zoals omschreven in bepaling 17.1.

 

Op de elektrische uitrusting moeten de naam, het handelsmerk of een ander symbool ter identificatie van de leverancier zijn aangegeven en, indien vereist, een keurmerkteken. Waarschuwingstekens, naamplaten, markeringen en typeplaten moeten duurzaam bestand zijn tegen de verwachte omgevingsomstandigheden.

Machinerichtlijn

Een klant van mij kocht een aantal productiemachines in Italië. De machines waren voorzien van conformiteitsverklaringen. Bij het in bedrijf stellen bleken er hoge piekstromen op te treden. Bij nader onderzoek bleken deze veroorzaakt te worden door het direct inschakelen van diverse draaistroommotoren met vermogens van 9,2 en 11 kW. Mijn vraag is of er in de Machinerichtlijn geregeld wordt wanneer er aanloopstroomverminderende maatregelen genomen moeten worden.   Ik weet dat er in de Aansluitvoorwaarden van het Energiebedrijf dergelijke maatregelen vereist worden, maar ik kan me niet voorstellen dat er wat dit betreft niets op Europees niveau geregeld is. De klant wordt nu geconfronteerd met kosten, terwijl hij dacht een complete installatie te hebben gekocht.

De Machinerichtlijn regelt niet de aanloopstroom. In een industriële omgeving waar sprake is van een eigen nettransformator is dit ook geen probleem. Ik denk dat de klant een gewone wegaansluiting heeft en aangesloten is op een gemeenschappelijk transformator. Bij de koop van de machine had hij dit beter kunnen aangeven. Beding de toepassing van de EN-IEC 60204-1 en vul bijlage 2 in met de eisen voor aanloop. Of vraag van tevoren de technische gegevens op en met name de piekstromen.

 

Dit is een geval van pech. Niet veel meer aan te doen. De aansluitvoorwaarden eisen door middel van de 'flikkercurve' wel eisen aan de spanningsdips veroorzaakt door stroompieken bij de gebruiker. Maar het is aan de gebruiker om hieraan te voldoen. Door echter zelf een ster/driehoek-schakeling te bouwen, vervalt de hele of zeker een gedeelte van de CE-markering. Voor dat deel wordt de ombouwer fabrikant. Hetzelfde geldt bij toepassing van een softstarter.

 

Let erop dat het probleem niet toeneemt door het gebruik van een aanloopkoppel. In dat geval is een softstart door middel van een frequentieregelaar (drive) vaak een betere optie. Beide elektronische oplossingen vereisen echter wel conformiteit met de EMC-richtlijn. Geen leuk nieuws, maar het is niet anders. Voorkom dergelijke situaties door technische specificaties en toepassingseisen op te vragen en te vergelijken met de netsituatie.

Lekstroom

Onze kopieermachines worden geleverd volgens EN 60950. In deze norm wordt een beperkte lekstroom toegestaan die groter is dan die volgens NEN 3140 is toegestaan. Mag ik de machine gebruiken?

Bij de periodieke inspectie van elektrische arbeidsmiddelen wordt uiteraard gekeken naar lekstroom. Steeds zal bij de beoordeling van de meetresultaten moeten worden gekeken naar de criteria die aan het ontwerp van de kopieermachines ten grondslag hebben gelegen. In uw geval is dat kennelijk EN 60950. Bij de gehele inspectie moet worden uitgegaan van deze norm. Indien geen norm beschikbaar is, kan worden uitgegaan van de waarden zoals die in NEN 3140 staan. Dat is in uw situatie kennelijk niet het geval. Voldoen de machines aan de oorspronkelijke ontwerpcriteria, dan is er geen enkel bezwaar tegen het gebruik van de machine. Hierbij gaan we ervan uit dat de machine, op grond de eigenschappen van de machine, op de Europese markt mag worden verhandeld en toegepast. Problemen ontstaan vooral als meerdere machines, die elk voor zich zijn toegestaan, samen een nieuwe machine vormen. Op dat moment moeten nieuwe ontwerpcriteria worden opgesteld aan de hand van de beoordeling van de risico’s die aan het gebruik van de machine zijn verbonden. 

Inspectie

Machines die vanwege hun gewicht vast opgesteld staan, moeten periodiek volgens de NEN 3140 worden gecontroleerd. Vallen deze onder de jaarlijkse gereedschapskeuring conform de NEN 3140?

De machines die u noemt, vallen niet onder de gereedschapskeuring, maar maken onderdeel uit van de installatie en moeten derhalve, net als de elektrische installatie, regelmatig gecontroleerd worden. Hoe frequent dit moet gebeuren, hangt echter van vele omstandigheden af. Deze zijn in de NEN 3140 opgesomd.

CE-markering

Wij importeren verlichtingsarmaturen met CE-markering. Geregeld bouwen wij zelf die armaturen om, op klantenspecificatie. Bijvoorbeeld een andere fitting, met een andere lichtbron. Geldt de CE-markering dan nog wel? Zo nee, wat moet ik doen om het weer te laten gelden?

De CE-markering aangebracht door de fabrikant geldt dan niet meer. De fabrikant kan immers moeilijk verantwoordelijk worden gehouden voor een product dat niet meer door hem is gemaakt. De CE-markering moet dan aangebracht worden door de nieuwe fabrikant en dat bent u zelf, die de verschillende wijzigingen heeft aangebracht. Hiervoor hebt u zich moeten vergewissen dat u aan de diverse produktnormen volgens de Laagspanningsrichtlijn voldoet. 

IP-classificatie

Moet een verdeelkast in een van sprinkler voorziene fabriekshal een IP 54 afdichtingsgraad hebben?

Als de verdeelinrichting beschermd moet worden tegen waterstralen (sprinkler) dan is een uitvoering van IP 45, IP 55 nodig (zie blad 27 van de NPR 5310). 

Overig

Wij hebben een nieuwe machine gekocht. Hier zitten diverse trafo's (geen spaartrafo's, maar met gescheiden wikkeling). De secundaire kant is niet aan aarde gelegd. Mijn is nu is dit verplicht, en zo ja, in welke norm staat dit? Als dit niet verplicht is, is het wel aan te bevelen? Kan het nadelige gevolgen hebben als we dit wel doen? Nu hebben toch een "zwevende nul".

Uit de norm NEN-EN-IEC 60204-1 volgt het onderstaande met betrekking tot het gebruik van stuurstroomtransformatoren ten behoeve van stuurstroomketens:
-       de transformator moet primair zijn beveiligd tegen kortsluiting,
-       indien één secundaire pool is verbonden met de beschermingsleiding moet in de andere pool een beveiliging tegen overstroom worden aangebracht,
-       indien er geen secundaire pool met de beschermingsleiding is verbonden moet er een isolatiebewaking aanwezig zijn die een aardfout signaleert en eventueel afschakelt.
Deze eisen gelden niet bij de toepassing van een SELV-, PELV- of FELV-keten. Hierbij is het secundair beveiligen niet verplicht.

Indien er geen secundaire pool verbonden is met de beschermingsleiding, ontstaat er een zwevend circuit en is men niet zeker over de hoogte van het potentiaal ten opzichte van aarde op de polen.
Hierdoor is het mogelijk dat er bij bv. werkzaamheden gevaarlijke situaties ontstaan omdat men veronderstelt dat de nul aardpotentiaal heeft, terwijl dit niet zo hoeft te zijn.
Of het ook van invloed is op de desbetreffende processen van de machine hangt van de machine zelf af en zal uit nader onderzoek moeten blijken.
 

We hebben een trafo van 2000kVA met daarachter een hoofdverdeler en een groep 400A welke een schakelkast voedt. Tussen de 400A groep en de schakelkast zit 10m kabel 2x(4x95mm²) nu zitten we met de Ik en Is waarde, uit onze berekening komen we uit op 38,5Ik en 79,6 Is waarde. Nu hebben we een railsysteem van Rittal in onze kast zitten van max 37,6kA met een stootstroom van max 80kA. We zitten dus met het probleem dat de kA van de schakelkast niet toereikend is. Wat voor oplossingen zijn er om toch het railsysteem te behouden en waarbij het niet te duur wordt. Is er bijvoorbeeld een 400A kortsluitbegrenzer? Of is het makkelijkst de kabel te verlengen naar 20m?

Om de kortluitstroom te begrenzen kan gebruik worden gemaakt van smeltpatronen in de voeding.

Als bijvoorbeeld de beveiliging van 400 A een smeltpatroon is van het type gG 400V, dan blijkt uit de zogenaamde kapstroomkromme dat deze beveiliging de kortsluitstroom afkapt op ca. 30kA. Hierdoor is dus de achterliggende installatie ook beschermd tegen de oorspronkelijk hogere kortsluitstroom.

Deze waarde is enigszins afhankelijk van het merk smeltpatroon wat wordt toegepast en uiteraard het type. Het is dus aan te raden dit vooraf na te gaan.

Nu we de kapstroom hebben van de smeltpatroon van 15kA moet ik de kast uitlijnen op die waarde of heeft de demping van de kabel ook nog invloed. Als ik logisch redeneer gaat de smeltveiligheid eruit bij 15kA dus dan zal de kabellengte geen invloed hebben op de kA waarde van de kast. Of mag ik de demping er nog vanaf trekken? Ik heb namelijk current limiters toegepast voor een aardlekautomaat die 10kA is maar de combinatie was nog niet volledig getest door Moeller. Als de demping van de kabel nog invloed heeft op de kA waarde hoeft er geen current limiter tussen, anders zal ik een kleinere smeltveiligheid moeten toepassen van 63A waarbij je rond de 2kA kapstroom uitkomt.

U geeft aan dat de toegepaste smeltpatroon een kapstroom heeft van 15kA en vraagt zich af of de demping van de voedingskabel nog invloed heeft op deze waarde.

 

De installatie dient bestand te zijn tegen het ter plaatse te verwachten kortsluitvermogen.  Van ieder relevant punt van de installatie dient de te verwachten kortsluitstroom te worden bepaald.

 

De demping van de voedingskabel is afhankelijk van de oorspronkelijke kortsluitstroom, de kerndoorsnede, het toegepaste kernmateriaal en de lengte van de kabel.

 

Er vanuit gaande dat de voedingskabel vóór de smeltpatroon zit, is het aan te bevelen om de kortsluitstroom uit te rekenen aan het eind van de voedingskabel. Als de optredende kortsluitstroom op dit punt lager is dan 15 kA, kan van deze waarde worden uitgegaan. De voedingskabel kan dus wel degelijk van invloed zijn op de kortsluitstroom.

 

Indien de bedoelde voedingskabel ná de smeltpatroon zit, heeft dit geen invloed op de hoogte van de kortsluitstroom ter plaatse van de verdeelkast en is de smeltpatroon de kortsluitstroom beperkende factor.

Stel uw vraag

Heeft u geen oplossing voor uw probleem gevonden? Abonnees krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen aan onze deskundige expert(s). Binnen een week kunt u een antwoord verwachten.
Klik hier voor het stel uw vraag formulier